Toerlanglauftocht “Haute Trace des Escartons”


Tekst en foto’s:

Roswitha van Wersch

Miranda Gooiker

Judith Rovers

In de loop van de zaterdag arriveren de deelnemers. De groep bestaat uit 12 mensen (2 meer dan aanvankelijk de bedoeling was) en varieert in leeftijd van 26- tot 60+. De langlaufervaring blijkt nogal verscheiden te zijn, evenals de gekozen ski’s: van standaard langlaufski’s, back-country-wax ski’s tot toerlanglaufski’s. Na de eerste kennismaking met elkaar volgt er een briefing door Jos over wat ons te wachten staat. De twee jonge meiden van de groep ontbreken, die zitten al bij de Franse dokter, voor een blaasontsteking.
Jammer voor hun want nu missen ze de Clairette de Die, die royaal door Jos geschonken wordt.. “Ach, met een antibioticum tegen blaasontsteking is alcohol toch taboe!”, merkt iemand vals op. Tijdens de briefing krijgen we al te horen dat we naar een van de hutten onze bagage zelf mee zullen moeten nemen, want daar kan ons bagagebusje niet komen. Eten hoeven we niet mee te nemen, dus de omvang van de bagage zal wel meevallen.
Het belooft een pittige tocht te worden en we hebben er allemaal zin in.
De blaasontsteking wordt op zijn frans bestreden: met 2 pillen antibioticum is de klus geklaard; wel een paar dagen absoluut niet in de zon komen, want dat zal slecht bekomen. Een sunblocker van de apotheek (factor 60!) biedt uitkomst, en inderdaad: op het einde van de week blijkt onze Judith nog lelieblank (zeker in vergelijking met al die gebruinde koppen van ons). De kennismaking loopt verder tijdens de avondmaaltijd, waar we ook kennismaken met de voortreffelijke kookkunst van Karin, de gastvrouw in La Bergerie

Ah, c’est Jos!

De eerste dag wordt gevuld met een inlooptocht. Niet direct vanuit de voordeur, zoals gehoopt, maar vanuit het hoger gelegen Puy St. Vincent, een kwartiertje rijden vanaf La Bergerie. Deze dag is bedoeld voor kennismaking met elkaar, onze conditie en langlaufkunde en niet te vergeten met Robert, onze berggids. Die gids blijkt een echte berggeit te zijn, die ons – zwoegende paarden uit het laagland – steeds flitsend voorbij schiet (en vervolgens weer terugkomt) op zijn smalle skate-skietjes.
Dat de bewoners van La Bergerie hier bekend zijn blijkt tijdens de controle op het bezit van een langlaufpas: Ah, c’est Jos!.
Robert wijst ons op de opmerkelijke sporen van een sneeuwhaas (die een soort van raquettes als poten blijken te hebben, om niet te diep in de sneeuw weg te zakken; handig om met die dingen geboren te worden). Ook ziet hij sporen van een boommarter en nog vele andere sporen.
Na flink wat klim-en zweetwerk mogen we dan eindelijk naar beneden suizen; de groep splitst zich en vindt elkaar weer bij de auto. Ed: “we hebben onderweg zeker 10 chamois gezien”— en ook sneeuwhazen!” Oh ja, Ed, wat leuk, en ook nog giraffen? Ja, hoor, ook giraffen.
‘s avonds adembenemende dia’s van Robert. Dat diezelfde tomeloos energieke man ook uren op een rotsrichel kan liggen om het nest van een arend of het te voorschijn komen van een sneeuwhaas vast te leggen is bijna onvoorstelbaar.

Stijgvellen zijn er toch om te stijgen?!

De tweede dag begint met regen! We beginnen te langlaufen op ca. 1400 meter; door de regen is het een glibberig zootje, maar als we 100m zijn gestegen wordt de sneeuw beter.
In deze tocht naar “le Pré de Madame Carle” en de voet van de Glacier Blanc en de Barre des Ecrins, mogen we onze kunsten in de ongeprepareerde sneeuw vertonen. En dat valt nog niet mee. Naar boven gaat goed, dank zij de stijgvellen (“peaux de phoques”, ofwel “phoques”). En daarboven is het fantastisch, de ongerepte witte wereld is van ons alleen en iedereen wordt er stil van. Stil worden we ook van zijn verhaal dat dit een van de gevaarlijkste lawine-plekken in de omgeving is: als het begint te schuiven komen er grote massa’s ijs en blokken steen mee. Er dreigt nu geen lawinegevaar, maar iedereen zet toch even extra aan om hier snel weg te wezen. Robert wijst ons terloops ook op de aanwezigheid van groepjes van gemzen en laat ons zien hoe je van je ski’s een handig zitbankje kunt maken zodat je zittend van je lunchpakketje van Karin kunt genieten..
Maar dan naar beneden! De eerste valpartijen zijn nog leuk en sommigen weten er een complete show van te maken met wild rondzwaaiende ski’s en stokken. Maar allengs wordt vallen toch steeds minder leuk. Enkele van ons vallen zo gemeen en zijn inmiddels ook zo moe van het continue remmen en weer overeind krabbelen uit de diepe sneeuw, dat Robert aanraadt om de phoques ook maar onder te doen voor de afdaling. Je voelt je dan weliswaar een watje, maar na een tijdje kan je zelfs op die dingen redelijk glijden en kom je zonder problemen beneden. Het mag er dan wel duf uitzien, maar zo spectaculair vallen als Robert doet is voor ons toch niet weggelegd, althans niet zonder botten te breken of gewrichtsbanden te scheuren.
Na deze dag, waarbij we zo’n 25 km hebben afgelegd, krijgen we ongeveer een beeld van wat ons de komende dagen te wachten staat.
‘S avonds komt Jos ons melden dat de Italiaanse hut waar we een keer zouden overnachten, niet beschikbaar is; de waterleiding is gesprongen en er staat 5 cm water.
Er is inmiddels een alternatief: de route wordt gewijzigd en we gaan overnachten in een onbemande hut, hetgeen betekent dat we niet alleen onze persoonlijke bagage moeten meenemen, maar ook ons avondeten, ontbijt en lunch voor de volgende dag. Er zijn een paar grote rugzakken beschikbaar voor degenen die er geen bij zich hebben.
Ach, we hadden tenslotte gehoopt op een beetje avontuur!

De snelheidsduivels en de ronfleurs ontmaskerd

Bij het begin van onze 4-daagse trektocht is het flink kouder geworden en de lucht is zoals die volgens ons moet zijn: strak blauw. Eerst met de bus naar St. Veran, een dorp als een openluchtmuseum op 2000m hoogte. In een gebouwtje dat een combinatie lijkt te zijn van museum, handel in curiosa en gewoon een geweldige hoeveelheid rommel, drinken we koffie. In de tussentijd wordt in een hoekje van het etablissement het haar van een klant geknipt, kennelijk een nevenactiviteit van de café-baas. We verbazen ons over de kapstokjes, gemaakt van gemzenhoefjes. Later blijkt dat dit nog steeds een gewaardeerd stukje huisraad is, want ze worden verkocht als streekproduct.
Als “opwarmertje” (officieel behoort dit stuk niet tot de Haute Trace des Escartons) gaan we de Col Agnel beklimmen, althans in ieder geval tot de refuge op 2500 meter.
We hebben de smaak van het avontuur te pakken, want we willen niet, zoals alle andere gewone langlaufers over de piste naar boven, maar ongespoord. Dat kan, want wij hebben immers Robert! Phoques obligatoire, dat wel.
Als een bont lint lopen we achter Robert de berg op, eerst geleidelijk klimmend, maar ineens besluit Robert dat het nu eens tijd wordt voor het echte klimwerk. Traverserend een steile witte wand omhoog; “plus jolie” volgens Robert. Ondanks (of dank zij?) de hoogte schijnt de zon ons genadeloos op het zwetende lijf.
Het peloton is geheel verbrokkeld en vindt elkaar weer bij de refuge, met veel drinken en huiveringwekkende plannen voor de afdaling. Die afdaling doen we natuurlijk wel over de piste! De snelsten zijn in 20 minuten beneden, waar de beklimming 2uur vergde!
Nog verder dalen, naar Molines. Daar blijkt de sneeuw zo slecht dat we besluiten ons hier te laten ophalen (met dank aan Karin en de mobiele telefoon). Dat vergt enige improvisatie, want we kunnen niet allemaal in het busje. De eigenaar van de hut in Souliers wordt opgeroepen. Hij verschijnt met een Peugot 406, en daar blijken best 5 kleumende, vermoeide langlaufers op de achterbank te passen! De bestuurder heeft zelf geen idee van dit aantal, want ziet alleen maar rondwapperende ledematen in zijn spiegel.
Wel lekker warm, net als het onthaal in de gite, waar de hond buiten op tafel staat en ons welkom heet.
Uitgesproken heet is het in het dortoir, waar we alleen de benedenbak in gebruik mogen nemen, behalve “de meisjes” dan, die mogen boven.
De hut-baas heeft zich enorm voor ons uitgesloofd en weet van enthousiasme niet wat hij eerst moet aanprijzen: zijn huisgemaakt aperitief van gele gentiaan-wortel, zijn zelf gebakken brood of zijn ravioli met ezelsoren (natuurlijk ook van eigen huis). Het smaakt allemaal voortreffelijk en als afsluiter fungeren we als testpanel voor de Genepi (een behoorlijk alcoholisch drankje, gemaakt van alsem) van Robert en van Jean Paul. Natuurlijk vinden we die van Robert het lekkerst; hij moet ons tenslotte de komende dagen nog veilig naar het eindpunt van onze tocht loodsen.
Als uiterste beproeving moeten we nog een video van Jean Paul over Nepal bekijken, maar dat doen de meesten van ons met de ogen dicht.
Deze nacht worden de ergste “ronfleurs” ongenadig ontmaskerd, ondanks de herrie-stoppers die iemand met veel zelfkennis heeft uitgedeeld.

De helden van de Izoard

De volgende dag staan we al weer om 9.00 uur op de latten, met lunchpakketten van Karin in onze rugzakken. De gite bood deze service niet, dus kwam zij ze maar even brengen, de schat. Een mooi parcours door het bos naar Arvieux, waar we nog een gemeen ski-hellinkje moeten nemen. Vervolgens weer de phoques onder om de Col D’Izoard te nemen. Je voelt toch wel een beetje een held, wetend dat de Tour de France zich hier ook omhoog wurmt. Het weerbeeld is wisselend: dan weer zon, dan weer wolken en hoe hoger we komen, hoe meer wind. Het is nog een hele toer om de phoques boven op de winderige col te verwijderen.
Dan volgt de afdaling, in twee etappes wel te verstaan: tot de refuge Napoleon, vlak onder de col, waar we in de zon en uit de wind genieten van grote taartpunten. De phoques hangen vrolijk wapperend in de wind te drogen.
Daarna de lange afdaling naar Cervieres, waar onze volgende gite d’etappe wacht. Net voor het gehucht ontdekt Robert een zestal sneeuwscooters die ze hier nog wel eens voor de fun willen gebruiken. Het brengt het slechtste in hem boven, zo blijkt. Zijn voorstellen variëren van in de fik steken tot suiker in de tank gooien.
De lamsbouten die in de open haard van de gite hangen te roosteren zien er veelbelovend uit, maar veel meer dan die bouten heeft het avondmaal niet om het lijf.
Maar wel mooie 6-persoonskamers met opgemaakte bedjes. Wij hebben zelfs het geluk om over een bad te beschikken, dat een van ons bijna noodlottig wordt. Zonder bril was het nivo-verschilletje in het zitbad niet te zien. Verbazingwekkend hoe blauw een stuit kan worden!
Deze nacht wordt er weer een nieuwe ronfleur toegevoegd aan de (zwarte) lijst.

Verse sneeuw

Bij het ontwaken sneeuwt het. Omdat de route is verlegd hoeven we vandaag niet zo ver, maar wel met een flinke rugzak (want iedereen wil toch wel zijn flesje wijn mee naar boven nemen). In een flinke sneeuwjacht beginnen we meteen met een flinke klim en binnen een mum van tijd loopt iedereen te stampen vanwege de plakkende sneeuw onder de ski’s en de phoques. Een langlaufer met sleetje en 3 honden ervoor haalt ons met een flink vaartje in.
Robert vervloekt zijn keuze voor tourskies die in de plaats zijn gekomen van zijn skating-skietjes. Naarmate we hoger komen plakt de sneeuw minder en af en toe zien we een flets zonnetje. We langlaufen het dal van les Fonds in en zijn hier helemaal alleen.
De annex van de refuge in les Fonds is zo’n beetje het laatste huis in het dal, daarna zijn er alleen nog (voor ons) onneembare bergen: le Pic de Rochebrune en le Pic du Malrif.
Binnen is het precies 0 graden en daar stook je met een houtkachel niet tegenaan. Water uit de dorpspomp, geen douche en geen wc, alleen een poepdoos buiten. Het vergt dan ook zeer hoge nood en snelheid om hiervan gebruik te maken.
Als de kachel eenmaal brandt besluiten een aantal die-hards nog een rondje te gaan langlaufen. Robert besluit nog “even” terug te skiën naar Cervieres om zijn ski’s te verwisselen. Na anderhalf uur en flink wat houtblokken is de temperatuur gestegen naar liefst 7 graden. In de slaapzaaltjes blijft het rond het vriespunt en de dekentjes die er voor ons klaar liggen lijken dit niet te kunnen bolwerken. En in stapelbedjes kan je ook niet lekker warm tegen elkaar aan kruipen. Misschien dat we ons kunnen verwarmen met de feesthoedjes die in ruimte mate aanwezig zijn, of door een wedstrijdje “trappelzakspringen” in onze lakenzakken?
Plotseling duikt er een sneeuwscooter op: de eigenaar die toch even komt kijken of we ons een beetje hebben kunnen installeren. Ik beloof hem een flinke omhelzing als hij de verwarming aanmaakt. Hij maakt hem inderdaad aan, hetgeen met name de intense kou uit de slaapzaaltjes weghaalt. Zijn beloofde omhelzing neemt hij graag in ontvangst. Hij wijst ons op vele gemzen tegen de bergflanken en op een boven de vallei rondcirkelende steenarend.
Onze maaltijd, zorgzaam door Karin ingeslagen, is riant: soep, spaghetteria, brood met kazen, wijn, en koffie met brioche en genepi van Robert als toetje. Robert is net voor het eten komen binnenvallen, eet een hapje en werpt zich vervolgens vol energie op de afwas.
Degenen die er ‘s nachts uit moeten voor een sanitaire stop zijn bevoorrecht: zij genieten van een volle maan en fonkelende sterrenhemel in een adembenemende stilte.
De kachel is ‘s ochtends uit omdat iedereen die er ‘s nachts uit moest ijverig een blokje hout erop heeft gegooid. Gelukkig brandt hij weer snel, zodat er weer knus ontbeten kan worden, met “vers” brood dat even op de kachel heeft gelegen.

Een sprookje

Na het opruimen en aanvegen van de hut staat iedereen klaar in de vrieskou en de verse sneeuw. Op het ene moment schijnt de zon, even later lopen we door een wolk, hetgeen romantische en geheimzinnige plaatjes oplevert. De maagdelijke witte wereld is van ons alleen als we het dal terug skiën. Robert en de snelle jongens skiën te ver terug en vergeten dat we alleen over een bruggetje het water over kunnen. Dat is Robert’s eer als gids te na en hij blijkt stevig te kunnen vloeken.
De phoques gaan weer onder en dan volgt de wondermooie beklimming van de Col Bousson, naar Italië. Mist, wolken en zon wisselen elkaar af en ieder gaat zijn eigen tempo naar boven, muisstil en genietend van zoveel ongerepte schoonheid. Vandaag worden er heel wat fotorolletjes volgeschoten.
We bereiken de Col Bousson en daarmee Italië. Het is hier helemaal helder, de wolken bevinden zich nu alleen nog maar onder ons. We dalen af in het dikke pak verse sneeuw. In het begin is de afdaling nogal steil, hetgeen leidt tot spectaculaire, maar zachte valpartijen en veel gelach.
Bij de refuge Moutino, waar we volgens de aanvankelijke planning hadden moeten overnachten, lunchen we in de stralende zon. We zijn het er allemaal over eens dat “onze” refuge toch veel knusser, mooier enz. was en dat we het niet hadden willen missen.
We stijgen weer een stukje door een prachtig bos en dalen vervolgens af naar Sagna Longa, een Italiaans ski-oordje, waar wij ons als een stel verdwaalde nomaden voelen (en de fraai uitgedoste Italianen ons ook als zodanig bekijken).
Op naar Claviere, vervolgens weer een stukje stijgend naar Montgenevre en weer dalen naar het eindpunt la Vachette. Overmoedig geworden belandt een van ons nog net niet in een ravijn, hetgeen de slappe lach oplevert bij degenen die haar om een boom heen gedrapeerd aantreffen in de bocht.
Moe en voldaan bereiken we La Vachette, waar we kleumend in een bushokje op Karin wachten. De beloofde kroeg is dicht, hetgeen niet slim van ze is, want Robert heeft ze onmiddellijk op de zwarte lijst geplaatst. We speculeren over onze “beloning”; een vaantje, een medaille met inscriptie of een vetleren medaille?
In la Bergerie worden we door Karin onthaald op vin chaud en hapjes en na het diner volgen er toespraakjes van Jos en van ons, althans van Ed want die spreekt goed frans (geen wonder, want hij woont al 9 jaar in Frankrijk). Ed kondigt de oprichting van een internationale beweging van ronfleurs aan, tevens te gebruiken als zwarte lijst voor niet-snurkers (binnenkort op internet: www.ronfleurs.nl).
Onze beloning blijkt te bestaan uit een poster van Robert, met daarop 2 chamois en voorzien van een persoonlijke boodschap van Robert.
Maar de grootste beloning is natuurlijk het feit dat we deze prachtige tocht met zoveel plezier hebben kunnen maken. En dat hebben we op eigen kracht gedaan, maar met de zeer gewaardeerde zorgvuldige en persoonlijke begeleiding van Robert, Jos en Karin. Waarvoor onze hartelijke dank!

 

terug naar pagina reisverslagen

Homewebdesign 2014