Reisverslag moutainbike-week rond Champcella;

Tekst: Keesjan Rietveld en Paul Biemans

Op de dag van aankomst maken we kennis met Jos en Karin, de eigenaren van ‘La Bergerie’.
Martijn, de tweede begeleider, helpt ons met het aanmeten van een fiets en alles verloopt in een relaxed sfeertje. Nadat iedereen van materiaal is voorzien, de bedden zijn uitgezocht en de koffers uitgepakt, stappen we op onze volgeveerde ‘MBA’-bike om een rondje los te fietsen.
Die eerste avond is het ons gelijk duidelijk: als we de bulten morgen niet opkomen dan ligt dat niet aan de kookkunsten van Karin.
Na het eten geeft Jos een briefing in de bar en vertelt wat er de komende week op het programma staat. Die avond liggen we allemaal vroeg in bed, moe van de reis en ons voorbereidend op de avontuurlijke week die voor ons ligt.

18%

We beginnen met een razendsnelle afdaling: op de ‘Routes-des-Traverses’ kun je met 80 km/uur bergafwaarts. De gedachte aan een mogelijke klapband gaat door mij heen, toch laat ik mij gaan en de sensatie is groots. Om de spieren los te maken voor onze eerste beklimming, rijden we in een rustig tempo langs de rivier de Durance. Tijdens de beklimming kiest ieder zijn eigen tempo.

Bij Aillefroide, een startpunt voor veel bergbeklimmers, kiezen we het ‘Obelix-pad’, waarvan de betekenis al gauw duidelijk wordt. De grote keien die je telkens verrassen, zorgen voor een lange, technische down-hill: dit is pas mountainbiken!
Na een paar rustige kilometers wacht het toetje van deze dag: een prachtige single-track door het bos .
Een steile duik van enkele meters wordt eerst gedemonstreerd door Jos. Even een terrasje en dan, voor de liefhebbers, nogmaals de Muur, maar nu omhoog (18%!).. Een warme douche en een heerlijk diner vol koolhydraten is de beloning van deze tweede dag.

Gemak dient de mens en daarom worden wij vandaag met de bus al een stuk omhoog geholpen. Maar niet te vroeg juichen, want op het programma staat de Col de la Pousterle, een mooie klim van drie kwartier. Aangekomen op 1770 meter hoogte komen we op adem onder de aanblik van de Barre des Ecrins (4102 m).
Wat is het hier mooi!
Na de pauze trekken we ons zelf omhoog op een helling van 20%. Op 1930 meter begint de afdaling tot aan de skilift van Puy St. Vincent. Een rit van 10 minuten in de ski-cabine brengt ons naar het hoogtepunt van de dag.
Gevarieerd wordt er afgedaald door bos, weide en watervalletjes. Om in het zadel te blijven moeten we al onze technische hoogstandjes uit de kast halen. Let op overstekend wild!

DOOR DE BOCHT KIJKEN

Een topdag! ….In de afgelopen dagen is het niveau geleidelijk opgevoerd, zodat iedereen de twee klussen van vandaag kan klaren: de ‘Col du Tramouillon’ en haar bijbehorende afdaling.
De beklimming van de Col start direct vanuit ‘La Bergerie’. Een uur lang onafgebroken klimmen over de pittige kraag, op weg naar de 2000 meter. Naarmate de tijd verstrijkt wordt er minder gepraat en ook de aandacht voor de fluisterende beekjes neemt af.
Op 2000 meter krijgen we de kans om uit te hijgen. Vanaf hier gaan de bikes op de schouder en zo stijgen we de laatste meters over een steil wandelpad, omringd door duizenden bloemen, naar de 2288 meter.
Omringd door een pracht-panorama van bijna 360 graden genieten we extra van onze lunch. De benen worden weer ingesmeerd, een groepsfoto wordt gemaakt en dan wordt het zadel weer laag gezet voor de afdaling die de rest van de dag in beslag zal nemen.

Nog steeds op grote hooge vullen we onze bidons met het laatste smeltwater en enkele bergbeklimmers worden begroet. We manouvreren door korte haarspeldbochten. Zittend op het achterwiel moet je je bike ‘door de bocht kijken’. Nog enkele honderden meters is het klimmen over de keien en dan wacht ‘La Bergerie’, onze thuishaven.

Ceillac

Als we deze ochtend vanuit de herberg beginnen met een kleine, wat technische afdaling weet nog niemand wat ons wacht. De benen worden lekker warm gedraaid op het asfalt.
Over een verraderlijk grindpad dalen we af naar het dal van de Guil.
Het alweer hete pek leidt nu naar Guillestre. Daar nemen we een café au lait op een terras. Klaar voor het pittigste stuk van de week naar onze overnachtingsplaats Ceillac (1655 meter). Meer dan 45 minuten wordt er geklommen. De groep valt wat uit elkaar en ik zie een paar anderen na verloop van tijd aan de overkant van het dal rijden. De route krijgt een schitterende afsluiting. Over slechts 300 meter worden onze reserves in ijltempo verbruikt.
Keien zo groot als voetballen en een stijging tot 25% zijn niet voor iedereen haalbaar meer.
Afdalende wandelaars slaan het lijden gade en moedigen ons aan met applaus en een enthousiast ‘Allez, allez!’
Ceillac, het eindpunt van vandaag, biedt verkoeling, een terrasje en een goed bed. Bonne nuit!

BERGMARMOT

De vorige dag zit bij sommigen nog in de benen. Na een vroeg ontbijt begint een forse klim naar het hoogste punt van de week. De Col de Fromage piekt op 2386 meter. Af en toe moeten we van de fiets en is de col ons de baas. Na de afdaling volgt een prachtige weg door alpenweiden en bossen.
Wie goed oplet bespeurt een fluitende bergmarmot, rechtopzittend op een rots. We klimmen naar het fort van Mont Dauphin voor een laatste pauze. De klim naar Champcella vormt de laatste uitdaging van de week.
Vooraan wordt nog eenmaal geprobeerd om als eerste boven te komen. Meer naar achteren klimt men lekker op het gemak, om het einde van de vakantie zo lang mogelijk uit te stellen. Voldaan komen we aan bij ‘La Bergerie’.
De verhalen ’s avonds aan de bar spreken boekdelen: allemaal hebben we een onvergetelijke topweek beleefd.
Plannen voor volgend jaar zijn al gemaakt.

 

terug naar pagina reisverslagen

Homewebdesign 2014