Dikke banden in de hoge Alpen.

De Tour du Queyras – door Kees Lucassen.

Uit; Op Pad – Tijdschrift voor actieve vakanties.

September/oktober 1999 nr.7

Karakteristiek van de tocht

Gefietste trajact; Dagtocht en vijfdaagse tocht, 40 km per dag Zwaarte; Enige ervaring met mountainbike en een goede conditie  is nodig. Pas na de eerste dag maakt de begeleiding het definitieve programma. Dat was nu, op verzoek van de deelnemers pittig( 1400 hoogtemeters per dag). Overnachten; Gîte d’etappes

Jos;’Normaal zijn het verschillende fietsers die inschrijven. Maar dit keer zijn ze allemaal van één club. Behoorlijke freaks, want ze fietsen van Nederland naar hier.
Zo; ..klaar” Voor mij staat een dubbelgeveerde Voodoo. Speciaal voor mij heeft Jos deze huurmountainbike startklaar gesleuteld. De rest van de groep bestaat uit leden van Randstad ATB. Mountainbike-dwepers uit de Lage Landen en die hebben allemaal een eigen bike. Straks komen ze hier aan, in Champcella, een zonovergoten gehucht in de Franse Alpen, waar Jos in zijn gite d’étape woont.” Maar nu eerst een proefrit. ‘En?’, vraagt Jos als ik een uurtje later weer voor de gite sta.’I’m a Voodoo-child!… ‘Bon.’

Tooltime

Om elf uur knijp ik in de stevige hand van Peter. Hij werkt voor Mountainbike Adventure en samen met Jos zal hij ons door de bergen loodsen. Een uur later druppelt Randstad ATB binnen. Zeven leden (zes mannen en één vrouw) zijn van Den Hoorn bij Delft tot hier komen fietsen, met piekerig haar van plakkerig zweet, vlekkerige shirts en gladbolle kuiten. En fietsen met indrukwekkende frames, veersystemen, olie- en schijfremmen en volbepakte BOB-karretjes. Ik observeer de merken Cannondale, CycleCraft, GT, KHS, Kona en Rocky Mountain. De heenreis is zwaar geweest. ‘Vooral het toetje, de Col du Galibier.’ ‘En Stampersgat. Daar heb ik een verkeerd kroketje gegeten.’ ‘Tooltime!’

Karretjes worden losgekoppeld, tenten uitgehangen, slicks vervangen door profielbanden en alles wat dempt of veert wordt opnieuw afgesteld. Olie en smeer gaan rond. C’est chique, les freaks. Even later arriveert een busje met nog drie leden. In totaal gaan we met 13 man/vrouw van start s Avonds maken Jos en Peter route en regels bekend. ‘Helmplicht.’ ‘Omhoog mag je harder, maar dalen doe je achter de gids. ‘ Want hij weet wanneer er een linke bocht komt.’ ‘We gaan van alles doen. Omhoog, omlaag. Geleidelijk, steil, zwaar, technisch…’ ‘Elke dag zo’n 40 kilometer. En 1400 hoogtemeters.

Do the hip, hop…

Met 70 kilometer per uur denderen we de volgende ochtend de steile Muur van Champcella af, door l’Argentière en hop, een klein bospad op. Omhoog, rustig, pittig, zeer pittig. Ik hijg mezelf in m’n nek. ‘Lichter’, bromt Peter. Story of my life. Altijd te zwaar trappend.
‘Gaat-ie? ‘vraagt Lies. Ze klimt en fluimt als een kerel maar oogt aantrekkelijker. Vind ik. Een afdaling volgt, eerst rustig rockhoppend (‘Do the hip, hop, hip-hop-boogie…’) en daarna over een snelle singletrack, hangend in de bochten. Vallouise, 1 uur, rust, koffie. Besneeuwde toppen om ons heen.

Vervolgens gidst Jos ons naar een Romeinse route, een stenen trap uit het jaar nul waar wij anno nu vanaf hiphoppen.Daarna volgt, hoog boven de wildschuimende Gyronde, een golvende singletrack met af en toe een irritant gepositioneerde kei of pol. Andrew, toch één van de betere dalers,schuift onderuit. Blood on the track. De schade is beperkt, schoenen klikken zich weer vast, allons! Als dolle gemzen stuiven we door l’Argentière, ketting op het grote blad. Maar niet voor lang tussen ons en de gite van Jos wacht beklimming van de Muur.
Het pak lost op. Het wordt ieder voor zich, tandwielen knarsen ‘Het record staat op 12 minuten nog wat’, hijgt Jos. Dat blijft het, onze snelste man zet 14 minuten neer.’En dat op een frisdrankautomaat!’ (=oversized Cannondale) 53 kilometer op de teller. Alle koppen rood.
Peter: ‘De eerste dag is voor ons om het niveau van de groep te bekijken. Daar passen we dan de route op aan. ‘Jos:’Deze groep gaat hard.’

Strafpunten.

‘Goedemorgen maso’s’, knort Stoffel. Stoffel is, naar eigen zeggen, de schandvlek van de club ‘Ik heb niet eens eens een ATB, of hoe heet zo’n ding? Zijn fiets heeft smalle 28″ wielen en daarmee probeert Stoffel via asfalt contact met de rest te houden. Dat kan want de gites waarin we overnachten zijn ook via de weg bereikbaar. Dezelfde wegen gebruikt Karin, de vrouw van Jos, om onze bagage te vervoeren. Maar wij niet.Wij rijden door een schaapskudde, over de Durance, onder de N94, door St.-Crépin, omhoog tot boven het fort Mont Dauphin, omlaag tot de Guil en dan – well I don’t know, but i’ve been told, if you keep on moving, you’ll never grow old” – tot in het stadje Guillestre. Ik trap naast Ton, El Presidente, 53 jaar oud maar nog strak gespierd. In Utah gefietst, en Canada, Alaska. Maar nu draait-ie niet zo lekker. Voorzitter, hoe komt dat? Ton: ‘Kroketvergiftiging. Stampersgat.’

Guillestre uit, rechtsaf, over een gestaag stijgend puinpad, met diep onder ons de Gorges du Guil, zo trappen we het Parc Naturel Régional du Queyras in. Twaalf stippen langs een rotswand. En dan begint het zachtjes te sneeuwen. De fijnste vlokken die ik ooit heb gezien, dansend in de lucht, nauwelijks voelbaar. Iets boven de 1800 meter begint de afdaling, eerst snel, dan technisch, dan vrijwel onmogelijk. Voetjes raken de grond. ‘Strafpunt!’ ‘Zonder gids vind je dit nooit.’ ‘En als je ‘t wel vindt, durf je er niet af.’ De zon breekt door, de ranke toren van St.-Cécile komt in zicht, eindpunt Ceillac kan niet ver meer zijn. We stuiven het bos uit, richting gite Les Baladins. Mopperend begroeten de profielbanden het asfalt. Achter een raam staat Stoffel, grijnzend, met een glas wijn in de hand.

Mambo

‘Werelds.’ Aldus Boer, een jonge getalenteerde biker, op de Col du Fromage(2301 met.) Tot hier was het vandaag een wandeletappe, want het pad omhoog was zeer steil, technisch zwaar en traverserend. Er is dan ook gelopen. Velo aan de hand (aluminium) of op de schouder
(titanium). Tot boven de boomgrens, waar sneeuw glinstert en we genieten van de bergwereld. En dan nu: ‘Mambo!’ Dalend naar Montbardon, over knisperend puin en koekende zomp.’Fijn pad.’ ‘Beetje vreemd. Maar wel lekker.’ Flitsend langs verbaasd kijkende koebeesten, concentreer ik me op de rookpluimpjes die mijn al verdwenen voorganger in elke bocht heeft laten hangen. Montbardon, droomgehucht, is uitgestorven. Randstad ATB gaat hier even gestrekt in de zon. Olie en smeer gaan rond. ‘We gaan iets nieuws beginnen’, zegt Jos, onze goeroe. Omhoog, omlaag, heupwiegend tussen rotsen (Lambada!) of onder takken (Limbo!) tot we met remvingerkramp in Molines-en-Queyras aankomen. In de verte cirkelen vleesetende vogels met haaksnavels. ‘Kijk jongens, daar zal Stoffel ergens liggen.’
Bemodderd en bezweet klimmen we tot in de smalle straten van St.-Véran, hoogste dorp van Frankrijk.Bij het haardvuur in de oude gite Les Gabelous treffen we de man van 28 inch ongedeerd aan. s’Avonds, terwijl hij voor vier bikers wijn inschenkt, fluistert de voorzitter tot de goeroe: ‘Zeg Jos, kun jij volgend jaar weer zo’n tocht voor ons uitzetten?’

Voodoo-child valt

St.-Véran verdwijnt in de diepte, het pad slingert door goudgele almen, we bedwingen bocht na bocht. Klokslag 12 bereiken we ons hoogtepunt: Pic de Cháteau Renard (2989 m). Hier is een observatorium. De sterrenkijkers, die de hele nacht het uitdijende heelal hebben
bestudeerd, zijn net wakker. Een lieve, gerimpelde astronoom geeft ons een korte rondleiding. Uit zijn grijze baard rollen verhalen die onze enorme nietigheid nog maar eens bevestigen. We nemen afscheid en rollen naar de Col de Longet (2701 m). Hier begint een technische afdaling, hangend naast of achter het zadel, door alpenwei gelardeerd met onverzettelijk gesteente. Tot het moment waarop ik vanuit kikkerperspectief een bergmarmot gillend in de richting van twee gemzen zie spurten terwijl er iets op mijn buik drukt. Het is mijn fiets. Voodoo-child is gevallen. Bloed drupt uit een kuit. Maar Lies, Wieb en Rico zijn snel ter plekke, de kuit wordt verbonden en de gite van Abriès is niet ver meer.

Geen foto maken

Half 11: koffie in de zon voor Bar Le Genepi in Aiguilles. Vanaf hier klimt onze gecamelbakte kudde omhoog, door het Ravin de Combe Groze, en verder, tot het gehucht Soulier. Als redelijk ervaren vakantiefietser ken ik 28 soorten asfalt maar nu, op een mountainbike, ontdek ik talloos veel verschillende paden. Zand, gruis, puin en rots, breed, smal en extra smal, door riviertjes en langs afgronden…
‘Goed om je heen kijken.’ Een groenflonkerend bergmeer en een steenslagafdaling later zijn we al eng dicht bij La Chalp, waar we in gite La Teppio zullen overnachten. Goeroe-Jos voert ons echter eerst nog even langs een afgrond over een full suspense singletrack ‘Geen foto maken! …Als m’n moeder dit ziet mag ik volgend jaar niet meer mee.’ Terwijl de uitslovers de Col d’lzoard bedwingen, vindt de rest een knikkebollende Stoffel in het ruim tweehonderd jaar oude meubilair van La Teppio. Die avond tel ik acht wijndrinkers.

Great balls of fire!

De klim naar de Col de Furfande(2500 m) is onbekend, onverhard en onbeschrijflijk. Vooral het laatste stuk, als het pad langs grillig piekende rotsen loopt.De kleine Dolomieten zo noemen ze het hier.Op de top staat een eenzaam kruis plus de kerels (m\v) van Randstad ATB. Wat volgt is een downhill langs de Crète de Croseras, over hoogpolig tapijt van ontelbare naalden. Af en toe spat er een dennenappel in de diepte. ‘Hów!’ …….Vlak voor mij komt de frisdrankautomaat stofstuivend tot stilstand. Over het pad is een draad gespannen, tegen reislustig rundvee. ‘Schrikdraad!’….’Zeg dat wel.’ Voorzichtig stappen we over de hindernis heen. ‘Hoe voelt dat?’….’Great balls of fire! ……Maar wel lekker.’ We suizen door de Combe du Queyras en zien, stijgend in de kloof, hoe de woeste Guil in een vaalblauw streepje verandert.. Na de koele steegjes van Guillestre en een kiezelpiste langs de Durance volgt de laatste klim, naar La Bergerie, de gite van Jos en Karin. ‘Ha maso’s!’…….jawel, schandvlek Stoffel staat al te wachten. Ik ben Voodoo-child af . Ton noteert in het gastenboek: ‘Dit was echt mountainbiken. Wij komen terug!’ Jos vult dertien glazen en lacht: ‘Maar dan niet via Stampersgat.’

Conclusie;

Ook met goede begeleiding en een prima fiets blijft dit een bergsport en dus niet zonder gevaar. Schakel-, rem- en stuurtechniek plus een goede conditie heb je echt nodig. En dan is het ‘Werelds……’Zowel Randstad~ATB als Op Pad gaan terug.

…… uitermate geschikt voor de sportief ingestelde mountainbiker die zijn vakantie in de bergen wil doorbrengen.’ ……… ‘In Champcella vind je een verzorging die geheel op bikers is ingesteld.’ …..Jos, eigenaar van La Bergerie, kent als geen ander de mooiste tracks in de omgeving.’…… De verwachtingen werden waargemaakt. Randstad ATB besloot unaniem om volgend jaar weer naar La Bergerie te komen. En de lezer die vreest dat een groepje ongeregeld dwars door de natuur is geragd, kan ik geruststellen. Geen plant is geknakt~ geen propje bleef achter.

Met de elf deelnemers gingen twee begeleiders mee (waarvan er eentje tijdens afdalingen steeds op kop reed). Jos: ‘Maar bij een kleiner groepje gaat er maar één begeleider mee. En met minder ervaren deelnemers maken we meer dagtochten, zodat een rustdag, of een dagje raften altijd mogelijk is.’ Wij reden van gite naar gite. Bagage werd vervoerd, op de fiets ging alleen het hoognodige (zonnebrand, lunch) mee in een rugzakje. Begeleiding, maaltijden en overnachtingen zijn bij de mountainbike. Tenzij je er eentje huurt, voor f. 125,-

 

terug naar pagina reisverslagen